Recensie
“Het is enkel maar
mijn hart dat spreekt “
van “Blauwhartje
( Leen Derks)
Een met de hand gemaakte bundel presenteert zich qua vorm
en verzorging bij elke poëzievriend als een verrassend geschenk,
een literair juweel dat in zijn bibliotheek een bijzondere plaats verdient.
Als hij dan nog de inhoud ervan doorneemt moet hij besluiten: werkelijk,
dit is van het begin tot het einde “enkel maar een hart dat spreekt”
in een engelentaal die ieder weldenkend en meevoelend mens wel verstaat.
Tot het schrijven van roerende poëzie voelde zich
Leen Derks met toenaam “Blauwhartje”,
zeker sterk gemotiveerd om elke poëzievriend, als met een boodschap
tot een meevoelende levensingesteldheid op te wekken.
Oprecht en onbevangen is het of zij wil aantonen dat men alles
van haar mag weten, alles mag denken en alles mag aanvoelen.
Zij kent voor niemand nog geheimen en verborgenheden.
Zij verzwijgt en houdt niets achter. Het zijn keurige poëtisch gekleurde
verhaalde dagelijkse belevenissen in een eigen dichterlijke e
envoudige vorm gegoten. Het zijn bekentenissen van doorleefde
gevoelens waarbij een levensles aansluit die de lezer doet nadenken.
Het is poëzie die zoals ze geschreven is, recht uit het hart komt.
Elke ervaren poëzielezer weet via deze poëzie de persoonlijke
ingesteldheid en logica van “Blauwhartje” te delen om zich samen met haar in
te leven bij vreugde en verdriet Doorheen de bundel voelt men aan hoe
de dichteres ondubbelzinnig humanitair opkomt voor de waarheid om met
een positieve ingesteldheid het leven aan te kunnen.
Wat zij poëtisch weet te vertellen is algemeen menselijk,
indrukwekkend en ontroerend. Dat de dichteres Leen Derks haar poëzie
signeert met haar welgekozen toenaam “Blauwhartje”,
duidt erop dat zij aan alles en iedereen een warm hart toedraagt.
Te weten dat zij naast haar poëziebeoefening zich ook nog actief toont
in de imagocampagne van de “Medi Clowns” in de Limburgse ziekenhuizen,
is lovenswaardig. Daarmee geeft zij aan haar toenaam een nog
meer bijzondere betekenis. Wat zeker nog meer aanbevelingswaardig i
n het oog valt is wel dat de dichteres de opmerkelijk weelderig uitgevoerde
uitgave van haar bundel, heeft weten te sieren met eigen kunstig aangepaste
fotobeelden. Dit geeft aan het geheel nog een zekere meerwaarde.
Wij mogen wel besluiten dat elke rechtgeaarde poëzievriend,
wanneer hij opbeuring en vertroosting zoekt, nog eens graag
deze bundel ter hand zal nemen om er een gedicht uit te plukken
dat hem een hart onder de riem steekt.
Wij bevelen deze bundel ‘echt uit het hart’
met recht en reden aan.
Hij is nog altijd te verkrijgen met een seintje
René Venken Bergers